Zuidezeecollege

Kunstenaar
Jan de Baat

Plaats
Prof. ter Veenstraat
(Zuyderzeecollege)

Materiaal
Beton

Geplaatst
1960

Geen titel

Over de kunstenaar:
Jan de Baat geboren in 1921 behoorde tot de groep barokke abstacten. De beeldhouwer heeft een rijk kunstenaarsleven achter de rug. Na de tweede wereldoorlog begon hij als autodidact. Ambachtelijk heeft hij zich ontwikkeld door te werken bij bronsgieters, steenhouwers en smeden. Als kunstenaar ontwikkelde hij zich door te kijken, te luisteren, te lezen en te filosoferen. Zijn werk was aanvankelijk naturalistisch met invloeden van Marini, More en Zadkine. Maar plotseling ontwikkelt hij zich tot een abstract kunstenaar. De vorm werd belangrijker dan de voorstelling en het materiaal. Jan de Baat is monumentalist. Dat betekent dat hij geen persoonlijke problematiek in zijn beelden verwerkt. Hij wil de kijker treffen met iets moois. Zijn werk is gericht op integratie met architectuur.
In de jaren tachtig was hij hoofddocent beeldhouwen aan de Rietveld academie in Amsterdam. Twee uitspraken van de Kunstenaar: "Binnen het creatieve proces wordt de materie min of meer als tegenstander bedwongen door de vormwil van de beeldhouwer". "Een beeldhouwer zoekt altijd naar een sterke vorm, en vervolgens maakt het beeld zich bijna zelf". In Lelystad staan twee werken van Jan de Baat: Cypressen - 1996 - aan de Visarenddreef nabij het Provinciehuis en De Regenboog - 2002- aan het Wold 24.
Ook het peerd van Ome Loeks voor het station in Groningen is van hem.

Over het kunstwerk

Dit kunstwerk is in bezit van het Zuyderzee College. Destijds mocht 1% van de bouwkosten van het Prof. Ter Veen Lyceum van architect Wiebdijk, aan kunst besteed worden. De zgn percentageregeling beeldende kunst.

Het is een betonnen plastiek van een springend paard. De schuine lijnen zorgen voor het dynamische effect. De vormen van het paard zijn vereenvoudigd, geen details omdat ze voor de betekenis niet belangrijk zijn.