Onderduikersbank

Kunstenaar
Wim Doorschodt

Plaats
Harmen Visserplein

Materiaal
Blank Schokbeton

Geplaatst
1967

Onderduikersbank

Over de kunstenaar:
Wim Doorschodt is geboren in 1938 en is als beeldhouwer autodidact, waarbij hij de opleiding aan de Vrije Academie in Groningen volgt.
Hij werkt graag met marmergruis en beton en zijn stijl laat zich omschrijven als geometrisch abstract.

Aan het Revelsant staat eveneens een kunstwerk van Wim van Doorschot, 'Stam' uit 1982.

 

Over het kunstwerk:


De gedenkplaat meldt:
A.J. Knipmeijer, onverbrekelijk met de onderduikers verbonden  1940 - 1945

Op het Harmen Visserplein aan de kant van het gemeentehuis staat een witte, betonnen bank als onderduikersmonument. Deze bank houdt in de Noordoostpolder de herinnering levendig aan de Tweede Wereldoorlog toen duizenden mannen in de polder onderdoken. In de zijkant van de bank is in geabstracteerde vorm maar wel herkenbaar uiting gegeven aan golven, een vogel en de mens. Misschien een verwijzing naar de onderdrukking in die tijd en naar de Noordoosstpolder, land uit zee.

Het kunstwerk is door het Onderduikerscomité aan de bevolking geschonken. Oorspronkelijk stond de bank op De Deel, maar na de restauratie verhuisde het in 1997 naar het Harmen Visserplein. Op de bank is een gedenkplaat bevestigd met de tekst: "A.J. Knipmeijer, onverbrekelijk met de onderduikers verbonden 1940-1945".

De nieuwe, vaak moeilijk begaanbare, Noordoostpolder heeft een belangrijke rol gespeeld in de Nederlandse oorlogsgeschiedenis. De Noordoostpolder (NOP) stond voor Nederlands Onderduikers Paradijs. Meer dan 20.00 mannen uit alle geledingen hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Noordoostpolder een veilig heenkomen gezocht. Een paradijs met vraagtekens. De onderduikers moesten net als de 'gewone' polderwerker met de schop in de hand de polder in. Menigeen heeft zijn handen of rug stuk gewerkt op de dikke polderklei. De arbeiders die de polder cultuurrijp maakten, waren vrijgesteld van de Arbeitseinsatz. Hoewel de Duitsers op de hoogte waren van het feit dat daarom grote aantallen onderduikers hun toevlucht in de polder zochten, hebben bezetters de Noordoostpolder lange tijd ongemoeid gelaten. Op 7 augustus 1944 werd voor het eerst een grote razzia gehouden, honderden mensen werden weggevoerd. Op 17 november van dat jaar werd de grootste razzia gehouden. Enkele duizende Duitsers kwamen 's morgens vroeg de polder binnen. De uitgangen werden afgezet, elk arbeiderskamp bezocht. Van de meer dan 3000 arbeiders mochten er slechts 400 blijven. De anderen gingen op transport. De Duitsers waren vooral tot deze actie overgegaan nadat ze hadden ontdekt dat de polder door het verzet werd gebruikt voor wapendroppings. Na deze razzia's kwam het ontginnings- en oogstwerk stil te liggen. Om de oogst te redden schakelde de Wieringermeerdirectie het eigen administratief personeel in.